Soldatenlaarzen

Mevrouw Meijer: ‘Ik kan de soldatenlaarzen op de trap nog steeds horen. De hele familie ging op transport. Eerst naar Westerbork en niet veel later naar Auschwitz. Daar op het perron werden we gescheiden. Alleen ik had geluk. Mijn vader, moeder en twee zusjes liepen zonder het te weten rechtstreeks naar de gaskamers. Daar zijn ze ontdaan van al hun waardigheid vergast. Op het perron van Auschwitz heb ik ze voor het laatst gezien. Die beelden met wanhopige ouders en schreeuwende kinderen zal ik nooit meer kwijtraken. Net zomin als mijn schuldgevoel. Waarom heb ik het overleefd, waarom is de rest van mijn familie vergast? Had ik bij ze moeten blijven? Had ik meer moeten doen om ze aan de andere kant van het perron te krijgen. Ja, ja, ik weet dat ik pas acht jaar was, maar toch. Ik ben godverdomme de enigste die het er levend van heeft afgebracht. De enigste die niet is vergast.’
Interviewer: ‘Enige.’
Mevrouw Meijer: ‘Wat zegt u?’
Interviewer: ‘Enige.’